Afgelopen week zat ik in Roemenië.
Bij vrienden die simpel leven, omringd door natuur.
Rust.
Echte rust. Het slow-living.
Een vakantie vol aandacht, diepgang en lange gesprekken.
Maar onder die laag van gezelligheid
zat iets anders.
Eén wens waar ik al jaren mee rondloop:
Een dier slachten voordat ik het eet.
Elke keer als ik dat deel, hoor ik dezelfde weerstand:
“Dat hoef ik niet te zien.”
“Gadver, daar wil ik niks mee te maken hebben.”
Toch eten we wél vlees.
We laten dieren sterven voor ons…
maar willen het ongemak overslaan.
Een hypocriet contrast, in mijn ogen.
We willen de maaltijd,
niet de realiteit.
De smaak,
niet de prijs.
En dus stond ik daar.
Bij een Roemeens varken.
Een dier dat geleefd had
en die dag voor ons zou sterven.
’s Ochtends baden we.
Aandachtig.
Als moment van erkenning.
Ik zette het mes niet zelf.
maar aanschouwde in stilte.
Onze opa’s en oma’s deden dit nog zonder er woorden aan vuil te maken.
Maar wij… leven in een wereld die ongemak dempt, polijst en wegmoffelt.
Kijken zijn we verleerd.
En zodra je het wél doet,
voel je een shift.
’s Avonds, tijdens het eten, proefde je meer dan vlees.
Je proefde dankbaarheid.
Waardering.
En daar zit de echte les.
Dit gaat niet over een varken.
Dit gaat over alles waar jij liever van wegkijkt.
Het gesprek met je partner.
De waarheid over je werk.
De keuzes die je uitstelt.
De manier waarop je jezelf verdooft.
Wat je kinderen van je nodig hebben.
We vermijden ongemak een leven lang.
Laat ik je dit vragen:
Waar kijk jij nu van weg,
terwijl je weet dat je het moet aankijken?
En hoe zou je leven veranderen…
als je het wél recht in de ogen kijkt?
Iedere maand start ik met nieuwe mannen in mijn 1-op-1 traject.
Voel jij dat dit over jou gaat?
Dat is een teken.
Plan hier een kosteloze kennismaking
– Tibor